“L’essere odiati fa odiare.”

(P.P. Pasolini, 16.06.1968)

Algemener geformuleerd: Zelf gehaat worden of zich het voorwerp voelen van haat (maatschappelijke, familiale of andere), maakt dat mensen zelf zullen haten. PP Pasolini schreef het ooit.

Ik moet daaraan denken bij de moeilijke verhouding van sommige (niet veralgemenen!) jongeren tegenover de politie en tegenover ‘uniformen’ in het algemeen. Sommige jongeren voelen zich terecht of ten onrechte continu geviseerd, zeg maar gehaat, en gaan zelf diegenen viseren en haten van wie ze vermoeden dat zij hen haten.

Zoek ik hun gedrag goed te keuren? Wil ik pamperen? Wil ik de schuld bij ‘ons’ leggen? Beweer ik dat er geen jongeren zijn die gewoon geen scrupules hebben? Neen, absoluut niet, maar ik denk wel dat het geen kwaad kan om dit gevoel van wederzijdse frustratie (en soms haat) die er soms leeft, te proberen te begrijpen en om te turnen.

Pasolini schreef dit trouwens in een totaal andere context, nl. toen hij vaststelde dat jongeren die uit arme milieus kwamen en politieagent werden, door hun vrienden van vroeger en door hun buurt gezien werden als verraders.

Al enige tijd bestaat een van de belangrijke programmapunten van de Foyerwerking erin om te proberen de relatie tussen politie en jongeren te verbeteren. De formule is al wat uitgetest, o.a. met gebruik van het MigratieMuseumMigration en de formule doet het niet slecht. De top van de politie van de zone waar Molenbeek onderdeel van is, staat er trouwens heel open tegenover.

Een eerste zet die we nu bij het begin van het nieuwe werkjaar doen als Foyer, is de organisatie van een “mixed relay” met politie en jongeren op zaterdag 12 september om 13u30. In hartje Molenbeek willen we tonen dat jongeren en politie perfect samen kunnen sporten en elkaar daarbij helpen, en dit op symbolisch gevoelige plaatsen.

 

 

Maandag laatst hadden we op museum MMM een gesprek met Daniele Sanzone, een rocker en auteur, afkomstig uit Scampia, wellicht de meest beruchte wijk van Napoli, gevreesd om zijn drugs en zijn camorra. Zelf is hij als jongen in die wijk geboren en opgegroeid.

Op de vraag wat jonge gasten volgens hem naar die drugswereld leidt, was zijn antwoord: geld (zeker als je geen uitzicht hebt op werk) en identiteit (d.i. ‘iemand’ zijn). Als we het even overplaatsen, mutatis mutandis uiteraard, naar de Brusselse kanaalzone zien we dat geld-via-inkomen er niet goed voor staat. Het maken dat jongeren de kans krijgen om ‘iemand’ te zijn, is dan weer de taak van het jeugdwerk.

Op de vraag welke nieuwe tendens hij de laatste jaren in Scampia ziet, was het antwoord: de localisering van de drugsdealing op heel precieze plaatsen is aan het verdwijnen; er is een grote flexibiliteit in de dealing in de plaats gekomen omdat deals via afspraken via sociale media gemaakt worden.

Wat kan men leren uit wat in Scampia gebeurt? Dat vaste verdeelpunten aan belang zullen verliezen ten voordele van toename van verdeelpunten en afspraken/mobiliteit  via sociale media. In die zin is een ingreep die het gebruik van elektrische steps terugdringt waarschijnlijk een goede maatregel. Maar het zal onvoldoende zijn. Wat dan wel? Onmiddellijk ingrijpen als men merkt wat de elektrische steps zal vervangen. Maar het probleem aan de basis zal blijven bestaan… Een tekort aan inkomen.

Foyer neem uitdrukkelijk afstand van jongeren die zich onverdraagzaam opstellen.

Zaterdag 17 mei werd wereldwijd de “International Day Against Homophobia, Biphobia, Interphobia and Transphobia” (IDAHOT) herdacht. Deze dag vraagt aandacht voor discriminatie en geweld waarmee veel LGBTQI+-personen nog steeds geconfronteerd worden.

De datum verwijst naar 17 mei 1990, toen de World Health Organization homoseksualiteit officieel van de lijst van mentale aandoeningen schrapte. Dat moment betekende een belangrijke stap richting erkenning en gelijke rechten. Toch blijven vooroordelen, uitsluiting en onbegrip ook vandaag nog bestaan. Dat blijkt ook uit het feit dat jongeren het in Brussel nodig vonden drie Pride-artiesten aan te vallen.

In een van de  workshops van het Migratiemuseum (nl. in het Gewoon Vreemd Paleis) brengen we het thema vaak ter sprake. We merken dat dit perfect kan, al is er vaak nog een verdedigende reflex bij kinderen…”Bij ons gebeurt dit niet…”, “Onze godsdienst laat dit niet toe…” Agressie blijft echter uit… en dit is een belangrijke stap voorwaarts vergeleken bij 30 jaar geleden.

Bij Foyer geloven we dat een samenleving sterker wordt wanneer iedereen zichzelf kan zijn. Diversiteit – in cultuur, achtergrond, gender en liefde – is een rijkdom. Dit is ook wat het Migratiemuseum laat zien: diversiteit is een enorme kans op wederzijdse verrijking. Laat zo’n kans niet onbenut.

Ik moet wel toegeven dat als ik een boekje lees als D’Hondt, L. en J.-P. Martin (2023). “Allah n’a rien à faire dans ma classe”, dit tot minder optimisme leidt. Een reden te meer om vanuit jongerenwerkingen duidelijk positie te kiezen: respect voor diversiteit.

Ziehier een citaat uit een nota van de heer Edwin Verdoolaege, overgemaakt aan Foyer vzw, over de schooluitval in het Nederlandstalig onderwijs in Molenbeek: “… het probleem (van de ongekwalificeerde uitstroom in Molenbeek, jl) situeert zich vooral in het BSO met 41,3% schoolverlaters die de school vroegtijdig verlaten.”

 

Als de vaststelling juist is – ik heb het zelf niet geverifieerd; ik baseer me op de nota – dan zou dit betekenen dat bijna de helft van de leerlingen die in het Nederlandstalig onderwijs in Molenbeek beroepsonderwijs volgen hun 6de jaar zelfs niet afgewerkt hebben.

 

Dit is toch een enorm probleem, voor die jongeren zelf op de eerste plaats, maar ook voor wie de drugsdealing wil bestrijden, of voor wie de toekomstige pensioenen betaalbaar wil maken door meer mensen aan het werk te krijgen? En wie weet, waarvoor nog?

 

En dit, terwijl ik tijdens veel van mijn recente contacten merk dat er sedert 2000 veel Italianen en Spanjaarden, al dan niet zelf voormalig niet-Europees migrant, naar Brussel komen omdat er in de bouw en elders een interessant werkaanbod is in Brussel.

 

Hallo! Willen onze politici daar eens over nadenken?

 

En zal het in het Franstalig onderwijs zoveel beter gesteld zijn? Bestaan daar cijfers over de schooluitval in het beroepsonderwijs? En zal het elders, bv in Anderlecht, beter zijn?

 

Zoiets moet beleidsmatig prioritair en heel concreet recht getrokken worden. Ik herhaal, als de cijfers juist zijn… Stiekem hoop ik immers dat het toch niet waar zal zijn…

Op 21 februari vroeg UNESCO aandacht voor de moedertalen. Respect voor moedertalen is al sedert 1980 een belangrijk aandachtspunt voor Foyer, gekoppeld aan een even groot respect voor de onderwijstalen. Tussen 1981 en 2011 heeft Foyer 30 jaar lang moedertaalonderwijs een plaat kunnen geven in het Brussels Nederlandstalig basisonderwijs. Wie de curricula van de leerlingen die het programma gevolgd hebben, vandaag  bekijkt, staat verrast van de vele succesverhalen die erop gevolgd zijn. Evident was dit niet alleen te wijten aan de plaats van de moedertaal, maar ook aan de betrokkenheid van de ouders en de inzet van de leerkrachten. De mentaliteit was: dit ‘moet’ slagen.

Na brutale afschaffing van dit project in 2011, wat nergens verantwoord kon worden door correcte evaluatie, werd de opgedane kennis nuttig gemaakt in een project, PIM (Parners in Meertaligheid): hoe omgaan met thuistalen?

Maar spijt alle promotie-verklaringen rond meertaligheid vanwege de Brusselse overheid, is de realiteit dat dit project tot heden vooral overeind gebleven is door de inbreng vanuit Habilnet, een privé fonds… en dit is evident geen continu gegeven, maar iets waar ooit een eind aan komt.

In Brussel verkiest men, zoals op veel vlakken, grote publieke statements (zonder de randvoorwaarden te waarborgen of de moeilijkheden te voorzien en op te vangen) boven efficiënte, concrete realisatie op het terrein. Dit is de zwakte van hoe meestal omgegaan wordt met moedertalen en meertaligheid. Het verdient beter.

Het zal niet gemakkelijk zijn voor jullie de komende jaren. Enerzijds is er de charme van Brussel (- haar tolerantie, haar al bij al gemoedelijke omgangsvormen)… en dat moet je zien te behouden. Maar anderzijds is er een ongelooflijk mismanagement dat al jaren aansleept… en dat weten jullie ongetwijfeld ook, mismanagement dat trouwens deels structureel verankerd is.

Ik wil het zeer concreet houden. De vele vuilnis op straat (- en hoe maak je mensen duidelijk dat je zo maar geen blikjes en lege flessen op straat gooit, als de mensen het al jaren ongestraft doen?); de toename van drugsdealing (- en hoe zal je dit bekampen als steeds meer gezinnen inkomensverlies lijden?); de sociale-woningennood (- terwijl je tegelijk ook een middenklasse moet trachten in stad te houden).

  1. Je zal besparen… maar aan veel zware onkosten kan je niet raken en de realisatie van sommige fusies valt soms ook niet volledig onder je bevoegdheid: ambtenaren op soms overbevolkte plaatsen en andere op onderbevolkte plaatsen, een schrijnend fenomeen in sommige gemeenten die mede partners zouden moeten worden voor het welslagen van sommige fusies. Gemeentelijke bevoegdheden die je soms best naar het Gewest zou halen, met zwaardere onkosten voor het Gewest als gevolg (en quid met latere pensioenkosten in zo’n geval)…

Indien ik een deel van diezelfde problemen zou hebben in de verenigingen waarvan ik in de raad van beheer zit, dan zou het me echt meer dan 3 dagen tijd vergen om ze op te lossen. Jullie zijn harde werkers, akkoord, maar jullie kwamen daarmee klaar voor het gehele gewest in drie dagen? Ik hoop dat er heel wat voorbereidend werk gebeurd is in de 600 dagen die eraan voorafgingen… Dan hadden die 600 dagen iets meer zin…

Het weinige dat ik van je beleidsverklaring gelezen heb, maakt me enerzijds blij… Oef, denk ik dan: er is een regering. Maar anderzijds zit mijn hoofd vol vraagtekens. Ik wou dat even kwijt…

Voorstel van minister Van Bossuyt: “Syriërs in een asielprocedure die kiezen voor vrijwillige terugkeer kunnen rekenen op 5.000 euro re-integratiesteun. Wie langer in de procedure blijft, ziet die steun geleidelijk afnemen. Wie momenteel illegaal in het land is en wil terugkeren, krijgt nog 3.000 euro.” Blijkbaar zou dit met Europees geld gebeuren.

Zelf heb ik ooit met terugkeerpremies te maken gehad, nl. eind jaren 80. De minister van Tewerkstelling had toen aan het Koninklijk Commissariaat gevraagd om de efficiëntie van de toen toegekende terugkeerpremies te bestuderen. De grote les die op de studie volgde, was dat je een migrant moet zien als een mens is die zijn  levensstandaard wil verbeteren voor zichzelf of voor zijn kinderen. De vraag voor de migrant wordt dan: is zo’n premie voor mij en mijn gezin een positieve of een negatieve zaak? De overheid moet zich ook afvragen: Wat zijn eventuele neveneffecten bij invoering van zo’n premie?

  1. Eind jaren 80 waren vooral mensen aan de terugkeerpremie geïnteresseerd die eigenlijk al van plan waren om terug te keren. Het ging om gevestigde eerste-generatie migranten (wat nu niet het geval is), kort voor hun pensioen.
  2. In het geval van Van Bossuyt gaat het om andere mensen, niet om gevestigde migranten. Mijn advies zou dan zijn: Redeneer ook hier alsof je zelf betrokken partij zou zijn. Zal je de premie nemen als je veel kans op erkenning als vluchteling hebt? Neen. Je zal het eventueel doen als je hopeloos in de rats zit. Ja, dan zal je waarschijnlijk de premie aanvragen, tenzij je het in Syrië helemaal niet ziet zitten. Ik kan hier niets voorspellen. Ben benieuwd wat het effect zal zijn.
  3. En quid mensen in de illegaliteit? Ik heb mensen in de illegaliteit zien terugkeren omdat ze een 1500 euro meekregen. Dus, ja, 3000 euro zou een effect kunnen hebben. Maar het zal bij de meest dynamischen zijn, tussen 20 en 35 jaar, die zich hier steeds maar gefrustreerder en depressiever voelen worden. Of dit echt een effect zal hebben? Ben benieuwd.
  4. Kunnen er eventueel neveneffecten zijn? Een neveneffect zou kunnen zijn dat die premie als een soort retour-ticket “verkocht” wordt bij het ronselen in een land van herkomst, iets wat bij de prijs van de tocht in mindering kan worden gebracht als succes uitblijft. Maar misschien is dit te ver gezocht.

Benieuwd of dit allemaal vooraf goed bestudeerd werd.

Het middenveld werd de laatste decennia vanuit 2 kanten aangevallen: vanuit de overheid en vanuit de media. Ondertussen zijn daar de sociale media bijgekomen, die zogenaamd de media dichter bij de concrete mens gebracht hebben. Resultaat: toeval of niet, de vereenzaming heeft bij veel mensen meer dan vroeger toegeslagen. Meer dan vroeger stelt men vast dat individuele mensen vereenzamen en zich zelfs gedwongen  voelen hun kwetsbaarheid maximaal te etaleren, een noodkreet om begrepen te worden.

Wat is gebeurd? De overheid had de indruk gekregen dat haar invloed op de mensen – in haar ogen ten onrechte – ingeperkt werd door de middenveldorganisaties. Te veel middenveldorganisaties hadden zich inderdaad iets te veel van hun oorspronkelijke opdracht afgekeerd en waren uitgegroeid tot kanalen voor cliëntelisme. Van hun kant dachten de media dat zij zelf de meest geëigende kanalen waren niet alleen om de mensen te informeren, maar ook om de mensen een gemeenschapsgevoel bij te brengen. In het beste geval heeft dit geleid tot ‘ingebeelde gemeenschappen’, en in het geval van de sociale media zelfs tot afgesloten, helaas soms zelfs zeer polariserende bubbels.

Eenzaamheid en latente agressiviteit zijn gaan toenemen, én polarisaties. Toeval?

Wat Foyer bepleit is een terugkeer tot valorisatie van reële gemeenschapsvorming, aangepast aan onze samenleving, dus met ruimte voor pluralisme. Gemeenschapsvorming, waar mensen van vlees en bloed elkaar vinden en bij elkaar terecht kunnen. Het zal de overheid ten goede komen, die meer met haar kerntaken zal kunnen bezig zijn: de fysieke veiligheid van de mensen en de kwaliteit van haar onderwijs. En het zal de media meer ruimte geven om zich op voldoende afstand te houden van de sociale media en om niet mee te moeten concurreren met sommige sociale media voor de gunst van de kijker die op zoek is naar entertainment- en informatie.

Het middenveld werd de laatste decennia vanuit 2 kanten aangevallen: vanuit de overheid en vanuit de media. Ondertussen zijn daar de sociale media bijgekomen, die zogenaamd de media dichter bij de concrete mens gebracht hebben. Resultaat: toeval of niet, de vereenzaming heeft bij veel mensen meer dan vroeger toegeslagen. Meer dan vroeger stelt men vast dat individuele mensen vereenzamen en zich zelfs gedwongen  voelen hun kwetsbaarheid maximaal te etaleren, een noodkreet om begrepen te worden.

Wat is gebeurd? De overheid had de indruk gekregen dat haar invloed op de mensen – in haar ogen ten onrechte – ingeperkt werd door de middenveldorganisaties. Te veel middenveldorganisaties hadden zich inderdaad iets te veel van hun oorspronkelijke opdracht afgekeerd en waren uitgegroeid tot kanalen voor cliëntelisme. Van hun kant dachten de media dat zij zelf de meest geëigende kanalen waren niet alleen om de mensen te informeren, maar ook om de mensen een gemeenschapsgevoel bij te brengen. In het beste geval heeft dit geleid tot ‘ingebeelde gemeenschappen’, en in het geval van de sociale media zelfs tot afgesloten, helaas soms zelfs zeer polariserende bubbels.

Eenzaamheid en latente agressiviteit zijn gaan toenemen, én polarisaties. Toeval?

Wat Foyer bepleit is een terugkeer tot valorisatie van reële gemeenschapsvorming, aangepast aan onze samenleving, dus met ruimte voor pluralisme. Gemeenschapsvorming, waar mensen van vlees en bloed elkaar vinden en bij elkaar terecht kunnen. Het zal de overheid ten goede komen, die meer met haar kerntaken zal kunnen bezig zijn: de fysieke veiligheid van de mensen en de kwaliteit van haar onderwijs. En het zal de media meer ruimte geven om zich op voldoende afstand te houden van de sociale media en om niet mee te moeten concurreren met sommige sociale media voor de gunst van de kijker die op zoek is naar entertainment- en informatie.

Het middenveld werd de laatste decennia vanuit 2 kanten aangevallen: vanuit de overheid en vanuit de media. Ondertussen zijn daar de sociale media bijgekomen, die zogenaamd de media dichter bij de concrete mens gebracht hebben. Resultaat: toeval of niet, de vereenzaming heeft bij veel mensen meer dan vroeger toegeslagen. Meer dan vroeger stelt men vast dat individuele mensen vereenzamen en zich zelfs gedwongen  voelen hun kwetsbaarheid maximaal te etaleren, een noodkreet om begrepen te worden.

Wat is gebeurd? De overheid had de indruk gekregen dat haar invloed op de mensen – in haar ogen ten onrechte – ingeperkt werd door de middenveldorganisaties. Te veel middenveldorganisaties hadden zich inderdaad iets te veel van hun oorspronkelijke opdracht afgekeerd en waren uitgegroeid tot kanalen voor cliëntelisme. Van hun kant dachten de media dat zij zelf de meest geëigende kanalen waren niet alleen om de mensen te informeren, maar ook om de mensen een gemeenschapsgevoel bij te brengen. In het beste geval heeft dit geleid tot ‘ingebeelde gemeenschappen’, en in het geval van de sociale media zelfs tot afgesloten, helaas soms zelfs zeer polariserende bubbels.

Eenzaamheid en latente agressiviteit zijn gaan toenemen, én polarisaties. Toeval?

Wat Foyer bepleit is een terugkeer tot de valorisatie van reële gemeenschapsvorming, aangepast aan onze samenleving, dus met ruimte voor pluralisme. Gemeenschapsvorming, waar mensen van vlees en bloed elkaar vinden en bij elkaar terecht kunnen. Het zal de overheid ten goede komen, die meer met haar kerntaken zal kunnen bezig zijn: de fysieke veiligheid van de mensen en de kwaliteit van haar onderwijs. En het zal de media meer ruimte geven om zich op voldoende afstand te houden van de sociale media en om niet mee te moeten concurreren met sommige sociale media voor de gunst van de kijker die op zoek is naar entertainment- en informatie.