Johan Leman, 18 maart 2026
Op 21 maart is het de Internationale Dag tegen Racisme. De dag gaat terug op wat gebeurd is in Sharpeville (Zuid-Afrika), waar in 1960 69 mensen gedood werden tijdens een protest tegen de apartheidswetten. 6 jaar later, in 1966, hebben de Verenigde Naties die dag uitgeroepen tot Internationale Dag tegen Racisme.
Maar op 21 maart en de dagen vooraf moet het om meer dan herdenken gaan. Het moet tegelijk ook om proactiviteit gaan: engagement, wetend dat racisme niet altijd zichtbaar is. Het kan zich tonen op school, op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt (niet te onderschatten!), of gewoon in het dagelijks leven; en vandaag ontelbare keren ook online op X,. Het zit soms in openlijke haat, maar ook in subtiele uitsluiting, vooroordelen of ongelijke kansen. Waar men zich moet voor inzetten, is dat er minstens gelijke startkansen zouden zijn voor iedereen.
Wat die gelijke startkansen betreft, geloven wij dat wie ‘bottom up’ aan iets werkt, alle belang heeft bij het erkennen van de gelijkwaardigheid van alle mensen, minstens aan de basis, en dat diversiteit als startkapitaal en humaan en cultureel reservoir zelfs zeer versterkend en verrijkend kan zijn.
Een gelijke kansen beleid betekent niet dat standaarden bij aanwerving of beoordeling naar beneden gehaald mogen worden, noch dat de samenleving continu als een veld van onterechte ongelijkheid voorgesteld moet worden.
Wat een samenleving bijgebracht moet worden, is het vertrouwen in het lonend karakter van hard werken, in het besef dat iedereen daarbij een positief potentieel aan te bieden heeft. Het is het correct benutten ervan, waar de verrijking in schuilt. Racisme staat dit in de weg. Daarom moet racisme van de hand gewezen worden, omdat het een totaal contraproductieve strategie is en daarenboven moreel ondermaats, een zwaktebod.
Terug