Onze beste vakantie- en ‘thuis’-wensen


Johan Leman, 8 juli 2026

De zomer roept beelden op van vakantie, van verre reizen, maar ook van ontspanning en even ‘thuis’ zijn. Een oase in een jaar van werk. Voor eerste-generatie migranten betekent de zomer meestal: heel even teruggaan naar het thuisland, ‘thuis’ als land van geboorte. Maar in de loop der jaren, en zeker eenmaal dat er kinderen zijn, lukt dit minder en minder, zeker als de ouders die reis willen beperken tot het dorp van herkomst.

Hoe lang staat een land van herkomst voor ‘thuis’? en voor wie? Wanneer wordt ‘thuisland’ in de diaspora  de plaats waar iemand zich het meest veilig voelt? Waar andere en lossere relaties mogelijk zijn?

In een superdiverse stad als Brussel kan ‘thuis’ veel betekenissen hebben, zelfs in een en dezelfde familie. Voor sommige jongeren is het geenszins nog de plaats waar vooral de vader (en in mindere mate de moeder) zijn ‘thuis’ ziet, en soms is het voor hen eerder een deel van een straat, een plein, of het huis van een jongerenwerking.

Voor hen bestaat het thuisland van de vader eventueel nog als het land waar alle familieleden nog eens samenkomen, maar dat kan ook elders plaats vinden bij gelegenheid van een huwelijk of een begrafenis.

Is ‘thuis’ wel een objectiveerbare realiteit? Is het niet veeleer een gevoel? En kan het niet gebeuren dat iemand vaststelt dat hij of zij geen thuis meer heeft, of meerdere ‘thuis’-en?

Wat wij, geconfronteerd met zo’n complexiteit,  iedereen van harte toewensen, tijdens deze vakantie, is dat iedereen, naast zijn ‘even weg’ gevoel ook tijd vindt voor een echt thuisgevoel – een volledig relaxed zijn, een niet vervreemd zijn van zichzelf– en dat men beide realiteiten, zowel ver van huis als thuis waar men de meeste tijd van het jaar doorbrengt- heel even zo authentiek mogelijk moge beleven.

Terug