Johan Leman, 13 mei 2025
Eind jaren 90 begon geleidelijk het inzicht te groeien dat er een verband bestond tussen integratiebeheersing en migratie-acceptatie. Daarenboven was het CGKR (Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding) al enkele jaren betrokken bij het opvolgen van de mensenhandel en mensensmokkel.
Dit is het moment dat het CGKR geconfronteerd werd met het verschijnsel van de visatrafieken. Het werd daarover ingelicht naar aanleiding van trafieken vanuit of via Oost-Europese landen zoals Bulgarije, Roemenië, Oekraïne, Albanië en Rusland. Ik herinner me dat ik bij gelegenheid van een bezoek aan Sofia van de toenmalige chef van de Bulgaarse Staatsveiligheid leerde dat er in de jaren 90 een grote kapitaalsvlucht uit Oost-Europa plaats gevonden had, die vooral gecoördineerd werd door voormalige KGB- en Sigurimi-agenten, en dat diezelfde mensen toen tegelijk sterk aan het verkrijgen van Schengenvisa geïnteresseerd waren. Via België konden ze dan doorreizen naar bijvoorbeeld Dublin.
Voor mij rezen bij die kwestie meerdere problemen. Was de strijd tegen visafraude wel een bevoegdheid van het CGKR, met andere woorden: viel het onder mensenhandel en/of mensensmokkel? Was dit niet eerder een zaak van corruptie? Voor de strijd tegen corruptie was het CGKR niet bevoegd. Daarenboven was een belangrijke informante in die kwestie iemand die dikwijls zaken aanbracht zonder een bewijs te leveren. Mijn aanvoelen was dat ze soms daarbij sterk overdreef. Anderen spraken van paranoia. Vervolgens was Buitenlandse zaken absoluut niet gewonnen voor een aanpak van die zaak en sommigen zagen het meer en meer als iets dat tot de “raison d’Etat” behoorde.
Wanneer ik vandaag lees en hoor over de invloed van de Russische hackers in onze Belgische en Europese systemen kan ik toch moeilijk vergeten dat er indertijd heel weinig belangstelling was voor wat in die Oost-Europese landen gebeurde. Dat de corruptie er welig tierde bleek geen zorg hier in het Westen noch in de EU. Ik ondervond zelfs zeer veel weerstand van officiële zijde wanneer het CGKR zich burgerlijke partij stelde, bijvoorbeeld in een zaak van diplomatieke paspoorten die door de dienst Protocol van Buitenlandse zaken toegekend waren geweest aan enkele Russische maffiosi. En welke ambras gaf het me niet omdat ik had durven schrijven dat er visafraudes gepleegd werden op een of andere ambassade. Overigens heeft de E.U. veel te weinig ondernomen om de corruptie ginds ter plaatse in te dijken… en dan is men vandaag verwonderd dat mensen er tegen Europa stemmen?!
Vandaag dringt men er bij ons op aan dat we als E.U.-burgers heel waakzaam moeten zijn voor dreigingen uit het Oosten. Ik kan enkel vaststellen dat men rond 2000 allesbehalve waakzaam is geweest en dat je als directeur van het CGKR als fantast omschreven werd als je waarschuwde voor mogelijke KGB-infiltratie of maffieuze praktijken vanuit Oost-Europese maffias, die vaak voormalige geheime diensten waren.
PS. Zie Leman, J. (2025). Memoires inzake integratiebeleid 1989-2003. Brussel, Foyer.
Terug