Johan Leman, 2 juli 2026
Als je me zou vragen, na een halve eeuw wonen in de Brusselse kanaalzone, hoe ik het gebied in twee woorden zou omschrijven, zou ik het een ‘perpetuum mobile’ noemen. Er is een enorme diversiteit aan elementen die voortdurend in beweging zijn.
Pardon, en de stilstand in het verkeer op sommige plaatsen en op sommige momenten van de dag, zoals op het Saincteletteplein? Een voorbeeld van een ‘perpetuum mobile’? Ja, als je de zaken over voldoende jaren spreidt en per decennium bekijkt. Ooit, bij de aanvang, was de Leopold II-laan een wandelweg. De “beau monde” wandelde er “om gezien te worden”. Nog vroeger gebeurde dit op de Groendreef. Sommige ouderen onder ons herinneren zich ongetwijfeld het bovengrondse viaduct van enkele decennia later op de Leopold II-laan dat naar Bangkok overgebracht werd. Dit werd opgevolgd door de Leopold II tunnel die recent als Annie Cordy tunnel gesleten wordt…
In de jaren 70-80 was de kanaalkant van Laken, zoals ook deze in Kuregem “Zuid-Italiaans”, de wijk rond het Baraplein, eveneens in Kuregem, was joods na de tweede wereldoorlog. Een hele tijd lang waren er in de jaren 70 Griekse restaurants bij het Zuidstation. Ondertussen evolueerde Kuregem naar een mozaïek van Marokkaans, Afrikaans, en nog later aangevuld met stipjes domari Syrisch, enzovoort. Zo heeft ook Laag-Molenbeek zijn evoluties gekend. Wie weet hoe de wijken in de Brusselse kanaalzone eruit zullen zien in 2040-2050?
In de Havenlaan en haar verlengde langs het kanaal wandel je niet zoals in de Louisalaan. Er is ook wel volop gentrificatie aan de gang, maar het gaat niet om gepolijste gevels of om een door symmetrie getekende omgeving. De mooie constructies zijn er (Tour en Taxis, de vroegere Citroëngarage, …), maar het zijn vooral vrachtwagens, kranen en op en afrijdende camionettes die de wandelaar vandaag ziet. En daar midden doorheen: het kanaal: met zijn fietsers, steppers, joggers en wandelaars die er frissere lucht zoeken… al gaat het soms om een hitte-eiland.
Het format van de hele zone wordt nog steeds bepaald door haar verleden als 19de eeuwse industriezone. Het gebied werd in de jaren 60-70 een tijdlang hopeloos geteisterd door gedeeltelijke leegstand. Vandaag is er de langzame “gentrificatie light”, met hergebruik van de bestaande infrastructuur, en ruimte voor nieuwe economieën, maar ook doorspekt met een graffiti cultuur die niet altijd even mooi is. Gelukkig doen sommige architecten een poging om bij de nieuwe invullingen die ze creëren de typische architectuur daterend uit dit industriële verleden te respecteren en te herinterpreteren. Anderen, gestuurd door de speculanten, planten daar doorheen soms enkele gedrochten van woontorens neer. Dat is Brussel.
De bezoeker die echt wil begrijpen wat tot de kern behoort van het Brusselse stedelijk weefsel, begaat een enorme vergissing als hij zich beperkt tot de “Grote Markt”, het Atomium en het Jubelpark… De kanaalzone is voor een begrijpen van Brussel veel belangrijker dan de meeste van die toeristische attractiepunten, en ze heeft haar eigen schoonheid, zelfs in het aanbod van gebouwen (zoals bv. de St.-Jan de Doper kerk in Molenbeek, een verborgen parel). Het te dure en deels verkeerd ingevulde museum Kanal zal ongetwijfeld in de toekomst op een of andere manier bijdragen aan een positieve uitstraling, en het Migratiemuseum zal zich verder ontwikkelen, zoals ook de vroegere Bronsfabriek, nu een museum, een nieuw elan kan krijgen.
Ondertussen is het afwachten dat die hele zone voor bezoekers en toeristen wat beter en interessanter in kaart gebracht wordt. Maar de aanzetten zijn.
Terug