|
KB ’duurzame relatie’ is volgens RVV strijdig met Verblijfswet
In een arrest van 29 januari 2009 (nr. 22.227) zegt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dat de DVZ de stabiele relatie van partners niet kan ontkennen om de enkele reden dat de partners mekaar minder lang dan twee jaar kennen. Nochtans baseert DVZ zich daarvoor op een Koninklijk Besluit dat de criteria voor een stabiele relatie tussen partners bepaalt. Volgens de RVV voegt het K.B. echter een voorwaarde toe aan de Verblijfswet, wat onwettig is. De Verblijfswet voorziet een recht op gezinshereniging voor de geregistreerde partner van een EU-burger of Belg (artikel 40bis Vw) en van een verblijfsgerechtigde derdelander (artikel 10 en 10bis Vw), op voorwaarde dat ze een ’duurzame en stabiele relatie’ hebben die al minstens één jaar duurt. De wet zegt verder dat de Koning bij K.B. de criteria moet bepalen om vast te stellen wanneer de relatie ’stabiel’ is, in de zin van de Verblijfswet.
1. 1 jaar samenwonnst
2. Twee jaar relatie
3. Gemeenschappelijk kind
Volgens de RVV is de tweede mogelijkheid, nl. partners die mekaar minstens twee jaar kennen, onwettig omdat het een voorwaarde toevoegt aan de Verblijfswet. De Verblijfswet zegt immers dat een relatie van minstens één jaar voldoende is om van het recht op gezinshereniging te genieten. De Koning kreeg wel de bevoegdheid van de wetgever om de criteria inzake ’stabiele relatie’ vast te stellen, maar die bevoegdheidsdelegatie gaf de Koning in geen geval het recht om een minimumtermijn op te leggen, gedurende dewelke de relatie moet standhouden en die langer is dan één jaar zoals bepaald in de Verblijfswet. Aangezien een wet hiërarchisch hoger staat dan een K.B., kan een K.B. geen strengere voorwaarden opleggen dan voorzien in de wet. Bijgevolg past de DVZ de regelgeving niet correct toe door de stabiele relatie van partners te ontkennen om de enkele reden dat ze mekaar minder lang dan twee jaar kennen. In het geval dat voorgelegd werd aan de RVV ging het om een koppel dat al één jaar een relatie had en mekaar vijf maal ontmoet had voor een totaal van 18 dagen. De man vroeg een visum met het oog op een gezinshereniging maar dat werd hem geweigerd o.m. omdat het koppel een relatie had van minder dan twee jaar. De RVV vernietigde de beslissing van DVZ omdat ze niet voldeed aan de motiveringsverplichting. Het is wel nog niet duidelijk hoe DVZ dergelijke gevallen in de toekomst zal beoordelen en motiveren, en of andere rechters binnen de RVV dezelfde redenering zullen volgen. Bron: RVV 29/1/2009, nr. 22.227 Bericht van Vlaams Minderhedencentrum
Artikel contribution - Number of messages: 2
|
Foyer on line
|