De toekomst van de Grote Moskee van Brussel (GMB) en van het ICC (Islamitisch Cultureel Centrum)

dinsdag 12 december 2017 , door Johan Leman

Ik waag me aan enige mogelijke duiding bij de aanvraag van de Grote Moskee in Brussel om een door de Belgische Staat ‘erkende’ moskee te worden.

Enkele weken geleden heeft het federale parlement de voorstellen van de Parlementaire onderzoekscommissie over de aanslagen, goedgekeurd. Wat was daarin ‘aanbevolen’? Wat is nadien gebeurd? Wat blijft over dat nog moet geregeld worden? Ik beperk me, inleidend, tot de aanbevelingen over de GMB (Grote Moskee van Brussel) en het ICC (Islamitisch Cultureel Centrum), beide gevestigd in een en hetzelfde gebouw.

Voorstellen van de Commissie

Het feit dat er een Executieve van de moslims van België (EMB) bestaat, laat, volgens de Parlementaire onderzoekscommissie, toe om een einde te maken aan de erfpachtovereenkomst met Saoedi-Arabië. De nieuwe erfpachtnemer zal moeten bestaan uit de EMB, aangevuld met alle gevoeligheden en stromingen die de Belgische moslims kenmerken en die het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Grondwet respecteren. Naast de moskee is er in het gebouw een bibliotheek en is er een cursusruimte. Welnu, die zullen op de eerste plaats moeten aansporen tot samen-leven en zich openstellen voor alle islamgezindten en stromingen. Het zwaartepunt van de financiering van het geheel moet in België liggen. Er moet controle zijn op de mogelijke andere financieringen (Islamitische Wereldliga en Saoedi-Arabië). De moskee moet een erkende moskee worden. Tijdens de gehele transformatie moet de vrijheid van eredienst onaangetast blijven. Tenslotte moet de communicatie hierover de grondwettelijke vrijheid respecteren en diep respect opbrengen voor de mensen op wie de aanbevelingen van toepassing zijn. Tot daar de aanbevelingen.

Vragen die open blijven

Vooraf: ik vind de voorstellen uitstekend, maar tussen wens en werkelijkheid…

Vraag 1: Aangenomen dat er terecht een nieuwe erfpachtnemer kan aangeduid worden, heeft dat dan als gevolg dat men er mag van uitgaan dat de Islamitische Wereldliga en Saoedi-Arabië zich volledig zullen onthouden of d at ze zelfs maar buiten spel kunnen gezet worden? Immers, zij staan in voor het verlenen van visa naar Mekka en spelen een belangrijke rol bij de bedevaarten. Heeft men hen iets eervol in ruil aan te bieden of acht men dit niet nodig? Ondertussen heeft de GMB als reactie al een erkenning aangevraagd om binnen het Belgische systeem ingepast te worden. Het toont aan dat Saoedi-Arabië en de Rabita (Islamitische Wereldliga) zich niet zo maar gewonnen geven. Ook bij een bezoek van een delegatie van BuZa aan Saoedi-Arabië heeft men daar te kennen gegeven dat men wil instaan voor de opleiding van imams in België. (Wordt vervolgd.)

Vraag 2: Beseft men aan Belgische overheidszijde wat de complexiteit inhoudt van de gevoeligheden en stromingen in de Belgische islam? Zal men sji’ieten en soennieten er allemaal een plaats geven? Beseft men dat wie er ook aangeduid mogen worden, deze personen vrij snel door hun respectievelijke ambassades zullen gecontacteerd worden? Meest waarschijnlijk is zelfs dat er onmiddellijk personen zullen naar voor geschoven worden vanuit zowel Turkije, Marokko als Saoedi-Arabië. Hoe zal men dit opvangen? Let wel: ik diaboliseer die mensen absoluut niet, maar stel vast. En wat met de andere moslims, bekeerlingen, mensen met Senegalese, Pakistaanse en Oost-Europese wortels, gemeenschappen die stilaan toch iets groter worden?

Vraag 3: Het zwaartepunt van de financiering moet in België liggen, zegt de Commissie. Waar in België? En waarvoor? Bij het Brussels Gewest voor de eredienst? Of is de moskee Belgisch en dus federaal? Bij de Gemeenschappen, voor wat betreft bibliotheek en vormingen? Wie moet dit allemaal onderhandelen?

Vraag 4: Er is een overkoepelend gebouw, het vroegere Oosters Paviljoen. Wie neemt daar de materiële zorg voor op zich en wie is daar financieel voor verantwoordelijk?

Vraag 5: De gehele transformatie vanuit de huidige toestand naar de nieuwe toestand moet transparant verlopen en van een diep respect getuigen voor de moslims. Ik herinner me hoe in 1998 de Staatsveiligheid tussenkwam in het verkiezingsproces voor de samenstelling van de Executieve, wat een trauma achter gelaten heeft dat tot vandaag nog merkbaar is in sommige islamitische kringen. Zal het weer van hetzelfde zijn? Staan de voorstellen immers niet neergeschreven in een context van preventie op radicalisering? Hopelijk wordt daar een transparant, zinnig compromis op gevonden, waar vooraf een akkoord over bestaat, bv minstens met het EMB. Zoiets heet: respect voor de betrokken mensen. En dat wil de Parlementaire onderzoekscommissie toch ook?

Hoe dan ook, de huidige GMB, wil haar positie zo sterk mogelijk behouden. Dit lijkt me de betekenis van haar demarche om erkend te worden.

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Dit forum wordt vooraf gemodereerd: je bijdrage zal pas verschijnen nadat een beheerder van de website het heeft goedgekeurd.

Wie ben je?
Je bericht

Om alinea’s te maken laat je gewoon enkele regels leeg.

Tik de onderstaande code in


© foyer vzw - nov 2017 | Webmaster |