WEBSITE FOYER
Over Foyer > Thema´s > Tewerkstelling > Verblijf en Werken
  Français   English
Schorsend beroep (bijlage 35)
    Afdrukbare versie van dit artikel  

- Tewerkstelling?

Tijdens de afhandeling van het beroep kunnen houders van een bijlage 35 werken. Het hangt van het statuut van de refertepersoon af (diegene die het recht op gezinshereniging geopend heeft), of de gezinshereniger in beroep een arbeidskaart C nodig heeft, of vrijgesteld is van arbeidskaart:

1. Refertepersoon is derdelander (niet-Belg/niet-EER-onderdaan): gezinshereniging art. 10/10bis
De verblijfsaanvraag van de echtgenoot/kind/samenwoner van een niet-Belg/niet-EER-onderdaan die afgewezen werd, is vatbaar voor een schorsend beroep. Tijdens dit beroep (bijlage 35) kan betrokkene blijven werken met een arbeidskaart C.
Uitzondering: gezinsherenigers van studenten kunnen niet werken.

K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, art. 17.6°.

Uitzondering: mogen werken, vrijgesteld van arbeidskaart
* Studenten die ten behoeve van hun studies in België, verplichte stages verrichten. Zij zijn vrijgesteld van arbeidskaart.

* Leerlingen die werken in het kader van een leerovereenkomst of in het kader van alternerend leren. Zij zijn vrijgesteld van arbeidskaart.

* Belgen/EER-onderdanen en hun familieleden die zich hier gezamenlijk komen vestigen. Het gaat om de echtgeno(o)t(e) of partner van de Belg/EU-burger, descendenten -21 jaar, descendenten +21 jaar ten laste en ascendenten ten laste. Zij zijn vrijgesteld van arbeidskaart.

K.B. van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999, art. 2, derde lid: voor de gevallen onder 1°, 2°, 19° en 22°a geldt geen vereiste van wettig verblijf.

2. Refertepersoon is Belg/EER-onderdaan: gezinshereniging art. 40bis
De vestigingsaanvraag van de echtgenoot/kind/ascendent van een Belg/EER-onderdaan die afgewezen werd, is vatbaar voor een schorsend beroep. Tijdens dit beroep (bijlage 35) kan betrokkene blijven werken, vrijgesteld van arbeidskaart.

K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, art. 2.1°-2°.

- Opleidingsmogelijkheden?

Werkzoekenden woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen zich inschrijven bij Actiris en via de RDBB (Regionale dienst voor Beroepsopleiding in Brussel) een beroepsopleiding volgen, georganiseerd door de VDAB voor Nederlandstaligen (www.vdab.be) en door Bruxelles-Formation voor Franstalingen (www.bruxellesformation.be). In sommige gevallen, afhankelijk van de opleiding, wordt een instaptest en een bepaald taalvaardigheidsniveau vereist.

LET OP: Gezinsherenigers ’ten laste’
In geval van gezinshereniging van een ascendent (ouder) of een descendent (kind >21 jaar), gebeurt het dat de gewestelijke tewerkstellingsdienst de inschrijving van deze persoon als werkzoekende weigert. Dit omdat de persoon als gezinshereniger ‘ten laste’ moet zijn van de EU-onderdaan. Nochtans komt het volgens de FOD Werk en Economie NIET aan de gewesten toe om het ‘ten laste zijn’ te beoordelen. Gezinsherenigers kunnen werken (+ zich inschrijven als werkzoekende;+ opleidingen volgen) gedurende de procedure gezinshereniging. DVZ zal tijdens deze procedure het criterium ‘ten laste’ beoordelen.

LET OP: Ouders van Belgisch kind
Tot voor kort werd algemeen aanvaard dat ook ouders van een Belgisch kind krachtens art. 2.2° konden werken, vrijgesteld van arbeidskaart. Een recent arrest van het Hof van Cassatie fluit dit evenwel terug (Cass, 25-02-2009): een ’aanvraag tot vestiging’ van een vreemdeling met Belgisch kind zou NIET gelden als ’wettig verblijf’ van meer dan 3 maanden dat art. 1.6° K.B. vooropstelt.
Gevolg: Ouders van Belgisch kind in procedure met bijlage 19ter, attest van immatriculatie of bijlage 35 mogen niet meer werken.
LET WEL: Deze ouders komen wel in aanmerking voor regularisatie, zie richtlijn 19-07-2009, punt 2.1/2.2. Link regularisatiecriteria.

- Tewerkstellingsmaatregelen?

Wanneer de persoon in aanmerking komt voor werkloosheidsuitkeringen, kan hij van alle federale activeringsmaatregelen genieten.
Wie beschikt over OCMW-steun, kan ingeschakeld worden via OCMW-activeringsmaatregelen (bv. art. 60§7), indien het OCMW bereid is deze kost ten laste te nemen.
Elke werkzoekende kan een individuele beroepsopleiding (IBO/PFI) aanvatten via de VDAB of Bruxelles Formation.
Zie voor alle tewerkstellingsmaatregelen www.aandeslag.be

- Werkloosheid?

Komt in aanmerking voor werkloosheidsuitkering wanneer betrokkene aan de geldende voorwaarden voldoet. De RVA zal de documenten opvragen die aantonen dat de arbeidsprestaties uit het verleden wettelijk zijn gebeurd. Het is dus raadzaam steeds kopieën te nemen van de Arbeidskaarten of voorlopige toelatingen die men had.

Voor nadere informatie kan u zich steeds wenden tot de uitbetalingsverantwoordelijke (erkende vakbonden of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen).

- Zelfstandige beroepsactiviteit?

Gezinsherenigers kunnen een zelfstandige activiteit uitvoeren, ook tijdens de beroepsfase van de procedure. Het hangt weerom van het statuut van de refertepersoon af (diegene die het recht op gezinshereniging geopend heeft), of de gezinshereniger in beroep een beroepskaart nodig heeft, of vrijgesteld is van beroepskaart:

1. Wie een Belg/EER-onderdaan komt vervoegen (art. 40bis), is vrijgesteld van beroepskaart.

2. Wie een niet-Belg of niet-EER-onderdaan komt vervoegen (art. 10), heeft een beroepskaart nodig. Gezien het uiterst tijdelijk karakter van de bijlage 35, zal deze beroepskaart niet gemakkelijk afgeleverd worden: geen grote investeringen of langdurige verbintenissen… Enkel kleine, risicoloze projecten op zelfstandige basis kunnen aanvaard worden. Ambulante handel (de leurkaart) valt hier niet onder!

Wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen, art. 1.

K.B. van 3 februari 2003 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, art. 1, 1°-2°.


Foyer on line Video selectie