|
EU-lidstaten overgangsfase
Nieuwe EU-onderdanen hebben tijdens de overgangsfase nog geen volledige toegang tot onze arbeidsmarkt. Zij hebben voor tewerkstelling steeds een arbeidskaart B nodig. En deze arbeidskaart wordt enkel afgeleverd in volgende gevallen: 1. Een knelpuntberoep
Lijst knelpuntberoepen Brussel
K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, art. 38quater, §3. 2. Een functie als hooggeschoolde (37.721€ ), leidinggevende (62.934€), beroepssporter (70.800€ ), schouwspelartiest (31.467€) etc.., waarbij telkens dit minimumbrutojaarloon moet verdiend worden. K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, art. 9. LET OP
Procedure
K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, art. 5. K.B. 23 mei 2006 betreffende modaliteiten van indiening van de aanvraag en aflevering van de arbeidskaart knelpuntberoepen (B.S. 31-05-2006). Na 12m gewerkt te hebben
Na 2 of 3 jaar gewerkt te hebben
K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, art. 16. Vanaf de E+ kaart
Hoelang loopt de overgangsperiode?
Uitzondering: mogen werken, vrijgesteld van arbeidskaart
* Leerlingen die werken in het kader van een leerovereenkomst of in het kader van alternerend leren. Zij zijn vrijgesteld van arbeidskaart. K.B. van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999, art. 2, 19° en 22°.
Familieleden van EU-arbeidsmigranten wiens verblijf gekoppeld is aan het verblijf van deze persoon, kunnen werken met een arbeidskaart B. Zij hebben echter onmiddellijk volledig toegang tot de arbeidsmarkt. De arbeidskaart B wordt dus afgeleverd voor om het even welke job. Er is geen controle van de arbeidsmarkt. Ook deeltijdse en tijdelijke contracten komen in aanmerking. Een arbeidskaart B blijft nodig, zolang de overgangsfase loopt.
K.B. 9 juni 1999 ter uitvoering van de Wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, artikel 38quater, §2.
Arbeidsmigranten zelf kunnen zich in een eerste fase niet inschrijven als werkzoekende, noch opleidingen volgen. Dit omdat zij gedurende de overgangsperiode geen volledige toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Na 12m effectieve en ononderbroken tewerkstelling, hebben zij wél volledig toegang tot de arbeidsmarkt en kunnen zij zich als werkzoekende inschrijven bij de gewestelijke tewerkstellingsdienst, en er opleidingen volgen.
Familieleden van nieuwe EU-onderdanen woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen zich unmiddelijk inschrijven bij Actiris en via de RDBB (Regionale dienst voor Beroepsopleiding in Brussel) een beroepsopleiding volgen, georganiseerd door de VDAB voor Nederlandstaligen (www.vdab.be) en door Bruxelles-Formation voor de Franstalingen (www.bruxellesformation.be). In sommige gevallen, afhankelijk van de opleiding, wordt een instaptest en een bepaald taalvaardigheidsniveau vereist.
Arbeidsmigranten zelf kunnen in een eerste fase geen beroep doen op tewerkstellingsmaatregelen. Pas na 12m effectieve en ononderbroken tewerkstelling, hebben zij volledig toegang tot de arbeidsmarkt en kunnen zij beroep doen op tewerkstellingsmaatregelen. Familieleden van nieuwe EU-onderdanen komen in aanmerking voor individuele beroepsopleiding en alle tewerkstellingsmaatregelen volgens de algemene voorwaarden (leeftijd, werkloosheidsduur, etc.)
Komt in aanmerking voor werkloosheidsuitkering wanneer betrokkene aan de geldende voorwaarden voldoet. De RVA zal de documenten opvragen die aantonen dat de arbeidsprestaties uit het verleden wettelijk zijn gebeurd. Het is dus raadzaam steeds kopieën te nemen van de Arbeidskaarten die men had. Voor nadere informatie kan u zich steeds wenden tot de uitbetalingsverantwoordelijke (erkende vakbonden: ACV, ABVV, ACLVB) of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen.
Vrijgesteld van beroepskaart. LET OP: Van zelfstandige naar werknemer?
Wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen. K.B. van 3 februari 2003 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, art. 1.1°. |
Foyer on line
|